Weet jij hoe je je hond iets kunt leren?

overig

Als je hond dingen doet die je liever niet wilt, is het goed om er eens bij stil te staan hoe je dit kunt veranderen. Want alleen maar roepen: "ik wou dat ie daar eens mee zou stoppen!" is meestal niet erg effectief ;)  Om daadwerkelijk iets te kunnen veranderen, is het belangrijk dat je iets weet over hoe je hond leert. Dat is namelijk het mechanisme waar je gebruik van kunt maken in de training. Daarnaast helpt deze kennis bij het achterhalen van een oorzaak. Bovendien zorgt het ervoor dat je  weet wat je moet doen om ervoor te zorgen dat het probleem niet nog groter wordt. Dus: ondanks dat het niet het meest 'sexy' (en makkelijk) onderwerp is over hondengedrag, is het wel heel belangrijk. Leerprincipes. 

De manier waarop een hond dingen leert, is universeel. De principes gelden niet alleen voor je hond, maar voor elk dier dat kan nadenken en relaties kan leggen met zijn eigen gedrag en zijn omgeving. 
In grote lijnen gebeurt dat leren op twee manieren. 
De eerste manier bespreek ik in dit artikel (en de andere manier in een ander artikel).
Het gaat erom dat een hond nadenkt over wat er gebeurt nadat hij zelf iets doet. Op basis van wat hij in het verleden meegemaakt heeft, kan hij voorspellen en een verwachting hebben over wat er deze keer gebeurt. Hij heeft dus een idee van het verleden en van wat er nu op dit moment zou kunnen gebeuren. Laat je dus nooit meer wijsmaken dat je hond "alleen in het nu leeft". Als dat zo zou zijn, zou hij namelijk niets leren. Maar dat is misschien iets voor een ander artikel ;)  

Om het iets simpeler te maken:
Jij zegt "zit", je lokt je hond in een zitpositie en daarna krijgt hij een voertje. 
Als je dat een aantal keer herhaalt, kan je hond er over 'nadenken' dat er een kans bestaat dat hij een voertje krijgt. Maar dat hij daarvoor wel ZELF eerst iets moet doen. Namelijk met zijn achterste op de grond gaan zitten. 
Hij is zich dus bewust van zijn eigen gedrag. 
En hij maakt een inschatting van het gevolg van wat hij zelf doet. 

Ik doe in dit voorbeeld allerlei aannames om het enigszins duidelijk uit te leggen. Want of het voor de hond ook daadwerkelijk zo werkt in zijn hersenen, weet ik niet. Ik kan het hem immers niet vragen. Maar de kans is groot (want zo werkt het voor mensen ook). 

Een hond kan iets vaker gaan doen of iets minder vaak. Je kunt hem leren om bepaald gedrag uit te voeren en je kunt hem afleren om bepaald gedrag te laten zien. Dat doe je door ervoor te zorgen dat er iets leuks gebeurt of  ervoor zorgen dat er iets vervelends weg gaat bij de hond. Als je dat doet, wordt de kans groter dat je hond vaker dat doet wat je graag wilt. 
Dit heet bekrachtigen

Je kunt er ook voor zorgen dat er iets vervelends is in de buurt van je hond of aan je hond. Of je kunt er voor zorgen dat er iets leuks verdwijnt bij je hond. Als je dat doet, wordt de kans groter dat je hond niet meer datgene doet wat vóór het verdwijnen van het leuks of het 'krijgen' van iets vervelends is gebeurt. 
Dit heet corrigeren. 
 

Ik snap dat dit misschien nogal theoretisch en complex kan zijn. 
Maar toch is het belangrijk om hier wat meer van te weten. Want het bepaalt voor een deel het gedrag van je hond. Ik zal proberen een aantal voorbeelden te geven. 
Stel: je hond wil aandacht en gaat met zijn neus onder jouw arm om een aai uit te lokken. Als je hem daarna ook gaat aaien, heeft zijn gedrag voor hem een fijn gevolg. Als je hond op een ander moment nadenkt over dat hij zijn neus onder jouw arm kan duwen, zodat hij aandacht krijgt (en dat dus vervolgens ook doet), kun je zeggen dat het duwen met zijn neus positief bekrachtigd is. 
Bekrachtigen slaat erop dat hij het gedrag heeft herhaald. 'Positief' verwijst er NIET naar dat het leuk is! Maar dat er iets is toegevoegd (een + en dus positief). 

Stel je hond wil aandacht en gaat met zijn neus onder jouw arm om een aai uit te lokken. Als je daarna op hem gaat mopperen, heeft zijn gedrag voor hem een vervelend gevolg. Als je hond op een ander moment nadenkt over hij zijn neus onder jouw arm kan duwen, herinnert hij zich het feit dat je dan op hem moppert. Als hij dat dan dus niet meer doet, kun je zeggen dat het duwen met zijn neus positief gecorrigeerd is. 
Corrigeren slaat erop dat hij zijn gedrag niet/minder laat zien. 'Positief' verwijst opnieuw niet naar dat het leuk is! Maar dat er iets is toegevoegd (het mopperen in dit geval). 

Stel je hond wil aandacht en gaat met zijn neus onder jouw arm om een aai uit te lokken. Als je daarna opstaat en je bij hem weg loopt, heeft zijn gedrag voor hem een vervelend gevolg. Als je hond op een ander moment nadenkt over dat hij zijn neus onder jouw arm kan duwen, herinnert hij zich het feit dat jij dan verdwijnt. Als hij dat dan dus niet meer doet, kun je zeggen dat het duwen met zijn neus negatief gecorrigeerd is. 
Corrigeren slaat erop dat hij zijn gedrag niet/minder laat zien. 'Negatief' verwijst NIET naar dat het vervelend is! Maar dat er iets is weggehaald is (iets leuks in dit geval, jijzelf namelijk)

Stel je hond blaft als de postbode de post door de brievenbus gooit. Daarna gaat hij weer weg bij de deur en verdwijnt hij uit beeld. De volgende keer dat de postbode voorbij komt, herinnert de hond zich dat die weer verdwenen is nadat hij heeft geblaft. Als hij dus een volgende keer harder/opnieuw blaft, kun je zeggen dat het blaffen negatief bekrachtigd is. 
Bekrachtigen slaat erop dat hij zijn gedrag heeft herhaald. 'Negatief' verwijst er niet naar dat het vervelend is! Maar dat er iets is weggehaald/verdwenen (de postbode in dit geval).

Als je dit soort achterliggende leerprincipes kent, heeft dat twee voordelen:
1. Je kunt (deels) achterhalen waarom je hond bepaalde dingen wel/vaker of juist niet/minder vaak doet. Bedenk wat er DIRECT NA het gedrag is gebeurd in de omgeving van je hond. Als je hond zijn eigen gedrag in verband brengt met wat er daarna gebeurd is, kan dat ervoor zorgen dat hij dat in de toekomst vaker laat zien of juist niet. 
2. Je kunt hiervan gebruik maken als je hond bepaald gedrag wilt leren. het is de basis van de meeste 'opvoedingsoefeningen" zoals zit, af, wandelen zonder trekken en komen als je roept. Maar ook bij probleemgedrag kun je dit leerprincipe soms inzetten (alhoewel je daar ook vaak een ander leerprincipe gebruikt maar daarover in een ander artikel meer!)

Moderne instructeurs en gedragstherapeuten proberen zoveel mogelijk te werken met positieve bekrachtiging, omdat dat het leerprincipe is dat bij de hond zorgt voor blijdschap en plezier. Ze blijven zo ver mogelijk weg bij positieve correctie, omdat dit makkelijk kan leiden tot angst en agressie. Honden moeten ook leren dat sommige dingen niet kunnen/mogen en daarvoor gebruiken moderne instructeurs en gedragstherapeuten meestal negatieve correcties.

Dit artikel is geschreven door Monique Bladder, hondengedrag-specialist. Overname is niet toegestaan zonder toestemming. Delen via sociale media wordt op prijs gesteld!